Soms kom je muziek tegen die draait om één enkel moment ‘Seul ce Soir’.
Een Frans chanson van Paul Durand om te zingen én om op te dansen. Geen groot drama, maar een ingetogen sfeer van verlangen en nabijheid.
Kijk naar de prachtige Art-Deco-cover van illustrator Joseph Würth. Met minimale lijnen roept hij een avondlijke scène op van wachten en hoop.
Erik Satie
De dagindeling van een componist
uit: Mémoires d’un Amnésique (1913)
Een kunstenaar moet zijn leven goed organiseren. Hier volgt de precieze indeling van mijn dagelijkse activiteiten:
Opstaan om 7u18; inspiratie van 10u23 tot 11u47. Ik lunch om 12u11 en ga van tafel om 12u14. Een heilzaam rijtoertje te paard achter in mijn park: van 13u19 tot 14u53.
Opnieuw inspiratie: van 15u12 tot 16u07. Diverse bezigheden (schermen, nadenken, stilzitten, bezoekjes, meditatie, vingervaardigheid oefenen, zwemmen, enzovoorts): van 16u21 tot 18u47.
Het avondmaal wordt opgediend om 19u16 en afgenomen om 19u20. Vervolgens is het tijd om symfonieën te lezen, hardop: van 20u09 tot 21u59.
Mijn vaste bedtijd is om 22u37. Ik schrik wekelijks wakker om 3u19 (op dinsdag).
Ik eet uitsluitend wit voedsel: eieren, suiker, fijn geraspte beentjes, vet van dode dieren, kalfsvlees, zout, kokosnoten, kip gekookt in zuiver water, schimmel van vruchten, rijst, knolletjes, gekamferde bloedworst, pasta, kaas (of kwark), witte salade en sommige soorten vis (zonder de huid).
Ik kook mijn wijn en drink hem koud met fuchsia sap. Ik heb een gezonde eetlust; maar ik spreek nooit tijdens het eten, uit angst dat ik me zal verslikken.
Ik adem zorgvuldig (niet te veel tegelijk). Ik dans zeer zelden. Als ik wandel houd ik de zijkant van de weg goed in de gaten houd mijn buik in en kijk strak achter me.
Ik ben zeer ernstig en als ik lach is dat per ongeluk. Ik vraag er steeds minzaam verontschuldiging voor.
Als ik slaap doe ik maar één oog dicht; mijn slaap is heel zwaar. Mijn bed is rond, met een gat erin waar mijn hoofd door kan. Ieder uur neemt een dienstknecht mijn temperatuur op.
Ik ben sinds lang geabonneerd op een modeblad. Ik draag een witte muts, witte kousen en een wit vest.
Mijn dokter heeft me altijd aangeraden om te roken. Hij zegt er altijd bij: Rookt u maar, mijn beste: anders rookt een ander in uw plaats.
John Williams
Over filmmuziek gesproken.
Ik was met mijn dochter naar de bioscoop. Jurassic World Dominion! Best ‘n aardige film met spectaculaire scenes en knappe techniek. Alleen, wat een complexe verhaallijn! Het tempo is te hoog en er wordt te veel gedetailleerde informatie op je afgevuurd. Maar ja, dat is nou eenmaal het moderne filmkijken.
En wat gebeurt mij? Ik zit eigenlijk meer naar de muziek te luisteren. Er komen wat oude thema’s uit de eerste Jurassic film (1993) voorbij. Meesterlijk! Ineens ben ik er weer bij. Wat ongelooflijk knap om zo’n pakkende tunes te componeren. Als je naar John Williams (nu 90) luistert wordt je als het ware meegesleurd in het verhaal. Soms neigt het naar een expressieve Tsjaikovski, dan ineens denk je weer Mahler klankkleuren te herkennen.
Hij schreef de soundtracks voor zo’n 30 Spielburg films waaronder Jaws, Star Wars en Harry Potter. Zijn prijzenkast puilt uit met Oscars, Golden Globes en Grammy Awards.
Een leuke anekdote: Steven Spielburg liet de film Schindler’s List (1994) aan John Williams zien. Deze was erg onder de indruk en zei “You need a better composer than I am for this film”. Waarop Spielberg antwoordde “I know. But they’re all dead!”.
Luister naar het thema uit deze film, gespeeld door onze eigen Janine Janssen!!! Eigenlijk heb je dan geen beelden meer nodig.
Stephen Sondheim
Over musicals gesproken.
Een tijdje terug organiseerde mijn lieftallige eega een ‘Ode aan Sondheim’ middag. Eigenlijk zou deze al in 2021 plaatsvinden (het jaar waarin hij overleed), maar door de Corona hebben we het effe moeten uitstellen. Heb ‘n 3-tal musical dames op bezoek gehad. Het was gezellig, en bovendien mooie muziek gemaakt!
Stephen schreef zijn eerste musical toen ie 15 was. Hij ging ermee naar de grote Oscar Hammerstein, zijn grote voorbeeld. Deze gaf zijn ongezouten, maar opbouwende kritiek, nam de jongen onder zijn hoede en leerde hem alles wat hij wist over het schrijven van musicals. Stephen probeerde nog een studie wiskunde, maar schakelde al snel definitief over op theater en muziek. Zijn eerste grote succes was de West Side Story (1957) welke hij samen met Leonard Bernstein schreef. Ook bekend zijn Send in the Clowns (Barbra Steisand) en Sweeney Todd. Hij was een theatervernieuwer en werd om zijn psychologische teksten ook wel de Shakespeare van Broadway genoemd.
Ik ben vaak onder de indruk van de mooie melodielijnen en de gedurfde akkoorden die hij gebruikt. Luister naar Pretty Woman, hier in een jazzy uitvoering. Let op, deze muzikanten zijn niet de eerste de besten. Joshua Redman, Christian McBride etc.
Karlowicz
Over vioolconcerten gesproken.
Weekje Oostenrijk achter de rug. Lekker gerelaxed en van de sneeuw genoten. Ik moest denken aan de Poolse componist Mieczysław Karłowicz (1876-1909) die zich o.a. liet inspireren door mystieke ervaringen die hij zei te ervaren in het Tatra gebergte. Leuk is dat hij een van de eersten was die een fiets in zijn bezit had. Op 33-jarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van een skiongeluk. Luister eens naar zijn vioolconcert. Waarom altijd maar Tsjaikovski, Bruch en Sibelius in de concertzalen vraag je je dan af ? En dan die meneer Kulka, wat een heerlijk toon!
Paderewski
Over sociale media gesproken.
Ignacy Jan Paderewski (Polen, 1860 – 1941) was een van de beroemdste pianisten van zijn tijd. Hij was een zogenaamde ‘dubbelvirtuoos’ en zegevierde op zowel het klavier als in de media. Vanaf het allereerste begin van zijn carrière werkte hij zorgvuldig aan het oppoetsen van zijn imago. Hij liet zijn foto’s maken in de beste ateliers van Warschau, Wenen en Londen. Men stond versteld van zijn spel en had veel aandacht voor de expressie en het charisma van de pianist. Hij verscheen in commercials en gaf duizenden handtekeningen. Zijn concerten waren altijd uitverkocht. Hij reisde in een eigen treinwagon met talrijke bedienden en zijn eigen kok. Vrouwen verafgoodden hem. Paderewski had het geluk in een tijd te leven waarin bijna iedereen piano wilde spelen. Pianoproducenten waren rijk en machtig, en beroemde pianisten werden gevierd. Later gebruikte hij zijn populariteit en zijn internationale netwerk om te lobbyen voor de wederopbouw van Polen. Uiteindelijk werd hij de eerste minister-president. Paderewski was ook componist, daarom een mooi stukje pianomuziek. Miscellaneu opus 16 nr. 4. gespeeld door Nelson Freire.
Bron: Teatr Wielki Opera Narodowam (Warschauw)
