Grieg

Over geluk en inspiratie gesproken.

Pas geleden heb ik samen met een violiste de 2e vioolsonate opus 13 gespeeld. Wat een geweldig stuk, en wat heerlijk om aan te werken. Grieg schreef het 3 weken voor zijn huwelijksreis. De opgewektheid en levensvreugde straalt er van af.

Zelf schreef hij erover: ‘Mijn vioolsonates behoren tot mijn beste werken. Stuk voor stuk geven ze een nieuwe periode weer in mijn ontwikkeling. De eerste naïef en rijk aan ideeën, de tweede nationalistisch, de derde met een rijke, wijdere horizon’.

Deze 2e zit vol met avontuurlijke ritmes en gedurfde harmonieën. Vast en zeker geïnspireerd uit elementen van de traditionele Noorse volksmuziek.

Wist je overigens dat ie altijd een klein beeldje van een kikker in zijn broekzak had. Op belangrijke momenten wreef hij erover. Het bracht hem geluk en inspiratie.

Prokofjev

stalin

Over oorlog gesproken.

Sergej Prokofjev (Rusland, 1891-1953) componeerde drie van zijn pianosonates tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn bekend geworden als de zgn. oorlogssonates. Toen Duitsland in 1941 de Sovjet-Unie aanviel versoepelde Stalin de artistieke beperkingen voor componisten en andere artiesten. Prokofjev kreeg een ‘tijdelijke’ vrijheid om zijn eigen stem te uiten. De composities uit die tijd zijn doordrenkt met ironie en tragedie. Je kunt de oorlogssonates beschouwen als een reflectie van de componist op een wereld in oorlog. Onder de oppervlakte klinkt een persoonlijke kritiek op Stalins meedogenloze en onderdrukkende heerschappij. Sonate nr. 7 (ook wel “Stalingrad”) werd voltooid in 1942 en werd het jaar daarop voor het eerst uitgevoerd door Sviatoslav Richter.

Bron: classicalconnect.com

Paderewski

Over sociale media gesproken.

Ignacy Jan Paderewski (Polen, 1860 – 1941) was een van de beroemdste pianisten van zijn tijd. Hij was een zogenaamde ‘dubbelvirtuoos’ en zegevierde op zowel het klavier als in de media. Vanaf het allereerste begin van zijn carrière werkte hij zorgvuldig aan het oppoetsen van zijn imago. Hij liet zijn foto’s maken in de beste ateliers van Warschau, Wenen en Londen. Men stond versteld van zijn spel en had veel aandacht voor de expressie en het charisma van de pianist. Hij verscheen in commercials en gaf duizenden handtekeningen. Zijn concerten waren altijd uitverkocht. Hij reisde in een eigen treinwagon met talrijke bedienden en zijn eigen kok. Vrouwen verafgoodden hem. Paderewski had het geluk in een tijd te leven waarin bijna iedereen piano wilde spelen. Pianoproducenten waren rijk en machtig, en beroemde pianisten werden gevierd. Later gebruikte hij zijn populariteit en zijn internationale netwerk om te lobbyen voor de wederopbouw van Polen. Uiteindelijk werd hij de eerste minister-president. Paderewski was ook componist, daarom een mooi stukje pianomuziek. Miscellaneu opus 16 nr. 4. gespeeld door Nelson Freire.

Bron: Teatr Wielki Opera Narodowam (Warschauw)