Stephen Sondheim

Over musicals gesproken.

Een tijdje terug organiseerde mijn lieftallige eega een ‘Ode aan Sondheim’ middag. Eigenlijk zou deze al in 2021 plaatsvinden (het jaar waarin hij overleed), maar door de Corona hebben we het effe moeten uitstellen. Heb ‘n 3-tal musical dames op bezoek gehad. Het was gezellig, en bovendien mooie muziek gemaakt!

Stephen schreef zijn eerste musical toen ie 15 was. Hij ging ermee naar de grote Oscar Hammerstein, zijn grote voorbeeld. Deze gaf zijn ongezouten, maar opbouwende kritiek, nam de jongen onder zijn hoede en leerde hem alles wat hij wist over het schrijven van musicals. Stephen probeerde nog een studie wiskunde, maar schakelde al snel definitief over op theater en muziek. Zijn eerste grote succes was de West Side Story (1957) welke hij samen met Leonard Bernstein schreef. Ook bekend zijn Send in the Clowns (Barbra Steisand) en Sweeney Todd. Hij was een theatervernieuwer en werd om zijn psychologische teksten ook wel de Shakespeare van Broadway genoemd.

Ik ben vaak onder de indruk van de mooie melodielijnen en de gedurfde akkoorden die hij gebruikt. Luister naar Pretty Woman, hier in een jazzy uitvoering. Let op, deze muzikanten zijn niet de eerste de besten. Joshua Redman, Christian McBride etc.

Richard Strauss

Dit las ik het weekend in de krant.                        

Bonk, daar lag ie. Dood!!
Een dirigent in München, terwijl ie de komische opera ‘Die schweigsame Frau’ aan het dirigeren was.

Een drama in optima forma. Het begon al bij Richard Strauss in de jaren 30. Hij keerde zich niet tegen het nazisme en werd door Goebbels aangesteld als voorzitter van de Rijkscultuurkamer. Toen die Stefan Zweig. Hij mocht het libretto voor deze opera schrijven. Heel opmerkelijk, want diezelfde Goebbels gooide alle boeken van deze schrijver met joodse achtergrond op de brandstapel. Zijn leven eindigt in 1942 op een verschrikkelijke wijze. En dan nu die arme Stefan Soltész.

Het hilarische verhaal van de opera staat in totaal contrast met bovenstaande. Een gepensioneerde zeekapitein ergert zich aan het voortdurende gekwebbel van zijn huishoudster. Zijn neef helpt hem aan een zwijgzame vrouw. Maar het is een valstrik. De vrouw blijkt een ontembare feeks. Zijn neef regelt ook de echtscheiding en wordt rijkelijk beloond. Haha…  

Luister naar een jeugdwerk van Richard. Een deel uit zijn vioolsonate opus 18. Hij was verliefd op de sopraan Pauline de Ahna (geen kwebbeltante hoop ik) waar hij later mee trouwde. Je kunt dat door het hele stuk heen horen. Gespeeld door Jascha Heifetz, nog steeds een van mijn lievelingsviolisten.

César Cui

Over een dubbele carrière gesproken.

Afgelopen weekend een klein huisconcertje gegeven. Salonmuziek gespeeld met een fluitiste en een violiste. Niet zo serieus, maar een beetje luchtig. Wat kletsen, kopje koffie erbij. Wat is dat leuk!

We speelden o.a. de 5 stukken opus 56 van de rus César Cui (1835-1918). Als jonge jongen had hij al interesse voor muziek, maar zijn echte loopbaan begon met een studie aan de Militaire Academy in St. Petersburg en bracht het tot professor in wapenkunde en verdedigingstechniek. Hij leerde Balakirev kennen, een wiskundige en verwoed amateurcomponist en -pianist. Cui pakte de muziek weer op en begon te componeren. Later vormden zij samen met Borodin, Rimsky-Korsakov en Moessorgsky ‘het machtige hoopje’, een groep die zich inzette voor de nationale Russische muziek.
Hij heeft heel veel geschreven, onder andere opera’s, orkestwerken en koormuziek. Maar zijn korte, fijne stukken voor piano en kleine bezetting spreken mij het meest aan.

Canteloube

Over boeren en bergen gesproken.

Morgen ga ik voor een week met mijn fietsvrienden naar de Auvergne. Ik moest denken aan de Fransman Marie-Joseph Canteloube (1879 – 1957). Aanvankelijk wees niets erop dat hij musicus zou worden. Als jonge man werkte hij namelijk als medewerker bij een bank. Pas op 22 jarige leeftijd begon hij met serieuze muzieklessen bij de componist Vincent d’Indy. Canteloube had zijn hart verpand aan de Auvergne, een regio welke bekend is om zijn muzikale cultuur, met name het volkslied en de volksdans. Een compositie van hem is Chants d’Auvergne voor zangstem en orkest. Het is een verzameling van bewerkte traditionele volksliederen over het mooie landschap en het leven van de boerenbevolking. Dit alles in de lokale taal het Occitaans. De bekendste is Baïlèro, de berg die Vic-sur-Cère domineert in Cantal. Het gaat over een herder, fijne plekken om te grazen en zijn geliefde.  

Debussy

Over regen gesproken.

Wat zijn de titels en verwijzingen bij de werken van Debussy toch altijd fascinerend. ‘Estampes’ is een pianosuite uit 1903. Eigenlijk een 3-tal muzikale prenten welke hij opdroeg aan zijn vriend, de schilder Jacques-Émile Blanche. Debussy had een groot talent voor het vastleggen van landschappelijke sferen en taferelen. In ‘Jardins sous la Pluie’ voel je de regendruppels, de wind en de naderende onweersbui. Grappig is dat hij (stiekem) gebruik maakt van melodische fragmenten uit een 2-tal franse liedjes ‘Nous n’irons plus aux bois’ en ‘Dodo, l’enfant do’. Kinderen die door plassen springen en plezier hebben met water. Geweldig toch!

Brahms

Over met pensioen gaan gesproken.

Afgelopen periode hebben we met veel aandacht het trio opus 114 voor klarinet, cello en piano van Johannes Brahms (mijn dochter schrijft Braams, leuk hè?) ingestudeerd. Een gelegenheidsformatie, waarbij spelen voor ons eigen plezier centraal staat.

Het was rond 1890 en de oude Brahms had zich eigenlijk voorgenomen te stoppen met componeren. Zijn oeuvre was compleet en het werd tijd dat een nieuwe generatie in het zonnetje gezet werd. Maar toen hoorde hij Richard Mühlfeld klarinet spelen en was gefascineerd door de prachtige klankkleuren van dit instrument. Het inspireerde hem tot het schrijven van toch nog een 4-tal kamermuziekwerken met dit instrument in de hoofdrol.

Het trio bevat alle elementen wat zijn muziek zo magistraal mooi maakt. Wonderschone thema’s, delicate doorwerkingen en gepassioneerdheid op z’n Braams. Drie verschillende instrumenten volledig in balans met elkaar. Wat een werk! En wat een werk……

Prokofjev

stalin

Over oorlog gesproken.

Sergej Prokofjev (Rusland, 1891-1953) componeerde drie van zijn pianosonates tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn bekend geworden als de zgn. oorlogssonates. Toen Duitsland in 1941 de Sovjet-Unie aanviel versoepelde Stalin de artistieke beperkingen voor componisten en andere artiesten. Prokofjev kreeg een ‘tijdelijke’ vrijheid om zijn eigen stem te uiten. De composities uit die tijd zijn doordrenkt met ironie en tragedie. Je kunt de oorlogssonates beschouwen als een reflectie van de componist op een wereld in oorlog. Onder de oppervlakte klinkt een persoonlijke kritiek op Stalins meedogenloze en onderdrukkende heerschappij. Sonate nr. 7 (ook wel “Stalingrad”) werd voltooid in 1942 en werd het jaar daarop voor het eerst uitgevoerd door Sviatoslav Richter.

Bron: classicalconnect.com

Paderewski

Over sociale media gesproken.

Ignacy Jan Paderewski (Polen, 1860 – 1941) was een van de beroemdste pianisten van zijn tijd. Hij was een zogenaamde ‘dubbelvirtuoos’ en zegevierde op zowel het klavier als in de media. Vanaf het allereerste begin van zijn carrière werkte hij zorgvuldig aan het oppoetsen van zijn imago. Hij liet zijn foto’s maken in de beste ateliers van Warschau, Wenen en Londen. Men stond versteld van zijn spel en had veel aandacht voor de expressie en het charisma van de pianist. Hij verscheen in commercials en gaf duizenden handtekeningen. Zijn concerten waren altijd uitverkocht. Hij reisde in een eigen treinwagon met talrijke bedienden en zijn eigen kok. Vrouwen verafgoodden hem. Paderewski had het geluk in een tijd te leven waarin bijna iedereen piano wilde spelen. Pianoproducenten waren rijk en machtig, en beroemde pianisten werden gevierd. Later gebruikte hij zijn populariteit en zijn internationale netwerk om te lobbyen voor de wederopbouw van Polen. Uiteindelijk werd hij de eerste minister-president. Paderewski was ook componist, daarom een mooi stukje pianomuziek. Miscellaneu opus 16 nr. 4. gespeeld door Nelson Freire.

Bron: Teatr Wielki Opera Narodowam (Warschauw)